De rederijkers en de speelzaal in de Handelsbeurs

De Antwerpse Handelsbeurs, opgetrokken omstreeks 1531-1532, was ooit het belangrijkste handelsgebouw van de stad. De architectuur zou bovendien een voorbeeld zijn voor de beurzen in Amsterdam en Londen. Na de val van Antwerpen verloor de beurs haar positie, waardoor een deel van de lokalen op de bovenverdieping leeg kwam de staan. Deze lokalen werden door de Oostendse compagnie en de gilde van de speellieden gebruikt, en deden ook dienst als ruimte voor loterijen en als openbare bibliotheek.

de Handelsbeurs ca. 1700

Sinds de vijftiende eeuw waren de Sint-Lucasgilde (de gilde van kunstenaars) en de rederijkerskamer de Violieren met elkaar verbonden. Wanneer in 1663 vanuit de Sint-Lucasgilde de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten wordt opgericht en er nieuwe, grotere lokale nodig zijn, verhuizen gilde, academie en rederijkerskamer naar de oostelijke vleugel van de beurs.

Academie, gilde en rederijkerskamer kennen in de eeuw die volgt een woelige geschiedenis. Zo raken de academie en de gilde in conflict met elkaar. De academie breidt zijn leslokalen enkele keren uit, maar verdwijnt ook enkele jaren van het toneel. Ook bij de rederijkers worden perioden van stilte afgewisseld met jaren van toneelactiviteit. Vooral tussen 1664 en 1714, in 1735-1736 en tussen 1750 en 1762 wordt veel toneel opgevoerd. Het eigenlijke podium moet, door het uitbreiden van de academie, verschillende malen verplaatst worden. Bovendien wordt het ook verschillende keren aangepast en gemoderniseerd.

interieur van de Grote Schilderszaal

Hoewel het podium enkele malen van plaats zal veranderen, is het steeds terug te vinden in de grote vergaderzaal van de Sint-Lucasgilde, de schilderszaal. Deze zaal was versierd met een grote collectie schilderijen van de meesters van de Antwerpse schildersschool (o.a. Rubens, Jordaens, enz.). Bovendien vormden enkele plafondschilderingen van Jordaens en Boeyermans een symbolisch geheel met het podium en met de theaterfunctie van de zaal.

In 1762 hielden de rederijkers op met bestaan. Het podium bleef een tijdje onaangeroerd tot het op het einde van de achttiende of aan het begin van de negentiende eeuw werd afgebroken. De Sint-Lucasgilde werd met de Franse revolutie opgeheven en in 1811 verhuisde de Academie naar een nieuw onderkomen in de Mutsaardstraat. In 1858 zou de beurs afbranden.

Antwerpen, voedster der Kunsten' van Theodoor Boeyermans; dit schilderij hing samen met twee werken  van Jacob Jordaens voor het theater op de Beurs © 2009 KSMKA

Lees meer:

Over de Antwerpse rederijkers en hun lokalen boven de beurs zie: Timothy De Paepe, '"De noyt-volprese en altydt-geachte liefhebbers". De Antwerpse rederijkers tussen 1662 en 1762.' (artikel in voorbereiding voor de Handelingen van de Koninklijke Zuid-Nederlandse Maatschappij voor Taal-, Letterkunde en Geschiedenis).

Over drie schilderijen die op de schilderksamer hingen zie R. A. d'Hulst, 'Jacob Jordaens en de Schilderskamer van de Antwerpse Academie', Jaarboek van het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten, 1967.