|
Inleiding
Het
Middeleeuwse toneel wordt in grote mate bepaald door de rederijkers,
gezelschappen van theater- en poëzieliefhebbers die vaak hoogstaande
literatuur voortbrachten. Antwerpen kende drie grote rederijkerskamers:
De Violieren (1458?), De Goudbloem (ca.1490) en De Olijftak (1510). Na
de inname van Antwerpen (1585) door de Spaanse troepen, gaan deze drie
kamers in een winterslaap. Pas in de loop van het Twaalfjarig Bestand
(1609-1621) komen de drie kamers terug tot leven.

het podium van het Landjuweel,
Antwerpen 1561
De
Violieren
We
weten zeer weinig over de speelzalen van de drie kamers. De Goudbloem
huurde een verdieping boven een herberg op de Meir en de Olijftak huurde
een verdieping in een huis aan de Grote Markt; verder is er echter
weinig informatie overgeleverd. Enkel van de speelzaal van De Violieren
kunnen we ons een beeld vormen: dankzij de toneelstukken, de
rekeningenboeken en dankzij het huis waar de speelzaal zich bevond, want
dat huis bestaat nog (al is het dan in een sterk aangepaste vorm).
De
Violieren huurden, samen met de Sint-Lucasgilde, vanaf 1619 de tweede
verdieping in het Spanjepand aan de Grote Markt (afb.2).

interieur van
de speelzaal van De Violieren
Vooraan lag de vergaderzaal, achteraan lag
een grote ruimte die door de gilde en de rijkerskamer gebruikt werd om te feesten en toneel op te voeren. Het
podium was eenvoudig en bestond (waarschijnlijk) hoofdzakelijk uit
gordijnen (afb. 3).
Deze
zaal bleef in gebruik tot 1664: in dat jaar verhuisden de
Sint-Lucasgilde en de rederijkers naar een nieuwe, grotere ruimte boven
de beurs.
Bekijk het Spanjepand in 3D:
Klik hier
Lees meer:
Timothy De Paepe, 'Inrichting
en gebruik van het Antwerpse rederijkerstoneel tussen 1619 en 1664: een
virtuele reconstructie', in De Zeventiende Eeuw 2006 (2):
316-332.
Anne-Laure Van Bruaene,
Repertorium van rederijkerskamers in de Zuidelijke
Nederlanden en Luik 1400-1650
(2004) (pagina over De Violieren). (via de link zijn nog verdere teksten
i.v.m. de Antwerpse rederijkers te vinden. |